|
De profileringen van de vieringpijlers lopen zonder onderbrekingen door vanaf het basement tot in de toppen van de scheibogen, waarin ze versierd zijn met rozetten. Op de splitsing van de aanzetten van de scheibogen, zijn diagonaal eveneens aanzetten, waarop als basement opgevatte tempeltjes of kiosken zijn geplaatst.42 Onder deze tamelijk ongebruikelijke ornamenten zijn florale versieringen aangebracht met onder andere druivenranken. Er bovenop staan grote gevleugelde sculpturen, die in het verleden wel eens voor negentiende-eeuws versleten zijn, maar in werkelijkheid in de vroege zestiende eeuw dateren. Het zijn een leeuw (noordwest), een adelaar (noordoost), een mens (zuidoost) en een os (zuidwest), symbolen voor de vier Evangelisten die wel vaker in vieringen worden toegepast. Deze zogenaamde apocalyptische figuren worden zo genoemd omdat gelijkaardige symbolen in het boek Openbaring de troon van God omringen. Al vroeg in de middeleeuwen werden ze symbolisch aan de Evangelisten gekoppeld. De gevleugelde leeuw symboliseert de Evangelist Marcus en fungeert ook als diens attribuut (v25). De leeuw werd in de middeleeuwen met de woestijn geassocieerd en Marcus begint zijn Evangelie met de roepende stem in de woestijn. De goudbruin geschilderde leeuw heeft bontgekleurde vleugels en staat op een banderol met een onleesbare tekst. De adelaar in de noordoostelijke hoek is het symbool voor de patroonheilige van de kerk, Johannes Evangelist (v26). De adelaar kon in de ogen van de middeleeuwers het hoogst vliegen | 402 |
|
en dus het dichtst bij God komen. Daarmee werd de associatie met Johannes gelegd omdat hij in zijn visioen God van dichtbij beschreef. Johannes schreef het vierde Evangelie en wordt tevens beschouwd als de auteur van het boek Openbaring dat hij na zijn verbanning op het eiland Patmos schreef. Tevens is de adelaar in demiddeleeuwen het symbool van Christus’ Hemelvaart. Deze combinatie van betekenissen verklaart wellicht de prominente plaats van de adelaar, boven het gedraaid baldakijn waarin oorspronkelijk het beeld van Maria, de patrones van de kerk was geplaatst. De adelaar is in de negentiende eeuw beschilderd in diverse bruintinten, met bontgekleurde vleugels. Onder zijn klauwen ligt een banderol waarop slechts de helft van een jaartal (16..) te lezen is. | 403 |
| Noten | |
| 42. | Deze aanzetten werden door Jan Mosmans opgevat als de geboorten van een later weer gesloopt gewelf. |
Ronald Glaudemans, De Sint-Jan te 's-Hertogenbosch : Bouwgeschiedenis en bouwsculptuur 1250-1550 (2017) 402-403
Harry Boekwijt, Ronald Glaudemans en Wim Hagemans, De Sint-Janskathedraal van 's-Hertogenbosch (2010) 115
Ronald Glaudemans, De Sint-Jan te 's-Hertogenbosch : Bouwgeschiedenis en bouwsculptuur 1250-1550 (2017) 402-403, 404
Ronald Glaudemans, Sint-Janskathedraal : Bouwhistorisch onderzoek 1999-2008 (2010) 137